Bonnebelle

 

Van Bonnebelle

Grote Zwitserse Sennenhonden

Al 25 jaar!

Home

Gr. Zwitserse Sennenenhonden

Bonnebelleboek

Rasbeschrijving

Puppy's

Fotoalbum

Geschiedenis

Wandelingen

Beton-mortock

Gastenboek

 

GESCHIEDENIS VAN DE SENNENHONDENRASSEN.

Onderstaande schilderijen die zijn gemaakt tussen 1620 en de 19e eeuw.

           

 

 

 

 

Over de herkomst van de Sennenhonden zijn de meningen sterk verdeeld.

 Door gebrek aan bewijsmateriaal zijn de opvattingen voornamelijk op veronderstellingen gebaseerd.

Meestal wordt er van uitgegaan dat de langharige zwarte Tibetdog de stamvader van de Sennenhonden is geweest.

Dit soort honden zou door Alexander de Grote naar Griekenland zijn gebracht en later in het Griekse (en daarop volgende Romeinse) cultuurgebied als Molosser bekend worden.

Reeds in die tijd zouden er twee typen hebben bestaan, een kleine met lichte kleur (voor het hoeden en drijven van vee) en een grote met donkere kleur (als waak en verdedigingshond).

Aangenomen wordt dat deze Molossers met de Romeinse legers over de Alpen naar het toenmalige Helvetië zijn gekomen en zich waarschijnlijk vermengd hebben met de daar aanwezige honden.

        

Uit deze kruisingen zouden dan de diverse soorten honden zijn ontstaan, waaronder de 4 Sennenhondenrassen.

In de loop der tijd zouden zich uit de lichtere Molosser de Appenzeller en Entleburger zijn voortgekomen, terwijl de Berner en de Grote Zwitser tot de zwaardere Molossers zouden zijn terug te voeren.

Als bewijs worden  de vondsten in het Romeinse legerkamp Vindonissa  aangevoerd. Daar  in Vindonissa  ( het tegenwoordige Windisch bij Brugg) werden van klei gebakken lampjes gevonden die versierd waren met een duidelijke afbeelding van een langharige dogachtige hond.

Deze hond vertoont enige gelijkenis met de tegenwoordige Berner Sennenhond. Ook een, bij opgravingen in de Romeinse cultuurlaag gevonden schedel zou verwantschap met de Berner niet uitsluiten.

Tevens zouden de vroegere Romeinse legerstraten door die gebieden geleid hebben waar later de Sennenhondenrassen ontstonden.

           

Door tegenstanders van deze theorie wordt aangevoerd dat waar het de afbeelding op die lampjes betreft men geen enkele aanwijzing heeft over kleur en grootte van de afgebeelde hond. Bovendien stelt men dat het zeer wel mogelijk is dat deze lampjes ( het was in die tijd tenslotte gewone handelswaar )  uit een geheel ander gebied zouden zijn gekomen.

Als nog een belangrijk argument voeren zij aan dat bij recente onderzoekingen is gebleken dat het wegennet ten tijde van het Romeinse wereldrijk nooit door het gebied van Appenzell en Entlebuch kan hebben gelopen!

 Moeten de Sennenhonden dan als oeroude autochtone Zwitserse rassen worden gezien?

In dat geval zouden zij zich hebben moeten ontwikkelen  uit de Wolfs- of Inostranzewihond.

Maar ook de resten van de kleinere Turfhond zijn aan het Neuenburger- en Bielermeer gevonden.

Het sluitend bewijs voor welk een afstamming dan ook zal op dit moment moeilijk te leveren zijn.

   

Ook de meest recente geschiedenis van de Sennenhonden is niet geheel duidelijk.

De meest verkondigde opvatting is nog steeds dat het hier om zeer sterk doorgefokte rassen zou handelen die in het begin van deze eeuw slechts op een naam wachtten.

Weliswaar nooit op tentoonstellingen waren te zien, maar al boeren- en slagershonden grote bekendheid genoten.

 

        

Langzaamaan zouden zij verdrongen zijn door buitenlandse rashonden met mooie klinkende namen en echte stambomen. Na verloop van tijd zouden alleen de oudere mensen zich de vroegere boerenhonden nog herinneren.

Deze lezing wordt niet door iedereen onderstreept. Als verweer wordt veelal hiertegen ingebracht dat het niet erg aannemelijk lijkt dat de als uitstekend bekend staande boerenhonden door buitenlandse rashonden zouden zijn verdrongen omdat deze honden bij de eenvoudige boerengezinnen juist voortreffelijk hun werk deden.

De naam, noch het uiterlijk, noch een stamboom zal deze mensen veel gedaan hebben.

Alleen de arbeidsprestatie zal, zeker in die tijd, als het belangrijkste hebben gegolden.

De conclusie dringt zich derhalve op dat, of deze honden waren helemaal niet zo verbreid, of de fok is op de een of andere manier in het ongerede geraakt.

Hoe dit ook zij, het trieste feit blijft bestaan dat slechts enkele “foklijnen” in afgelegen dalen nog aanwezig waren.

Van Appenzeller en Berner stonden nog relatief veel exemplaren ter beschikking. Anders was het met de Entlebucher en de Grote Zwitser.

  

Dat de Sennenhonden uiteindelijk tot echte rashonden zijn verheven is voor een groot deel te danken aan de Zwitserse kynoloog Prof. Dr. Albert Heim.

Met veel hulp en steun van enthousiaste hondenliefhebbers heeft hij een gerichte fok opgezet en gestimuleerd.

Eén voor één werden zij in het Zwitserse hondenstamboek opgenomen.

Het laatste Sennenhondenras dat als officieel ras kan worden bijgeschreven was de Entlebucher Sennenhond. Dat was in 1914.

De Zwitsers hebben daarmee nog net op tijd een kostbaar stuk erfgoed weten te behouden.

   

Klik hier voor foto's van Eef Dries van Bonnebelle, die een stukje geschiedenis laat zien in 2007.

Meer informatie? mail:info@sennenhonden.nl of bel : 0485-514588